Redt de correspondent

afbeelding van Marc Visch

Het was mijn eerste hoofdredacteur die ooit tegen mij zei: “Nieuws maak je niet op een redactie, maar op straat.” Een aansporing om als verslaggever alleen in de studio te zitten als het noodzakelijk is en dus vooral veel op pad te gaan. Hij was het ook die het uitermate waardevol vond dat de redacteuren en verslaggevers in verschillende plaatsen woonden. Met als argument: als je ergens woont en dus actief deelneemt aan het sociale leven, dan hoor nog wel eens wat. Op het schoolplein, in de kroeg of bij de sportvereniging.

En hij had gelijk natuurlijk. Iets wat je niet zou zeggen als je ziet hoeveel journalisten er dagelijks achter een bureau kruipen om er pas aan het eind van de werkdag weer vanachter weg te komen om naar huis te gaan. En inderdaad de wereld komt dankzij de moderne technologie naar je toe. Maar nieuws is natuurlijk veel meer dan het verzamelen en filteren van feitjes.

Nederland heeft wat nieuws betreft de vensters altijd wijd open gehad. Je hoeft niet lang in het buitenland te verblijven om te zien dat daar de journalisten vooral berichten over binnenlandse aangelegenheden. En als het dan over het buitenland gaat, heeft het toch weer vaak een relatie met het binnenland of wordt het op z’n minst vanuit het eigen perspectief belicht.

De Nederlandse media gaan er prat op te beschikken over een uitgebreid correspondentennetwerk. En niet geheel ten onrechte. Nieuws uit het buitenland wordt immers niet gemaakt achter een bureau in Hilversum, Amsterdam of Rotterdam. Daarvoor moet je in de haarvaten van de samenleving zitten. Maar schijn bedriegt. Nog even los van het feit dat veel correspondenten in den vreemde met ronduit slechte arbeidsovereenkomsten op pad worden gestuurd is er de afgelopen jaren tevens flink bezuinigd op de netwerken.

Correspondenten die halve of hele continenten moeten verslaan en een steeds grotere afhankelijkheid van (buitenlandse) persbureaus is het gevolg. Correspondenten hebben bovendien steeds vaker te maken met buitenlandredacteuren in Nederland die de maatstaven van hier loslaten op de omstandigheden daar. Terwijl in Afrika of Zuid-Amerika om maar wat te noemen de infrastructuur niet zo fijnmazig is als in Nederland.

De buitenlandredacteur is de lifeline van de correspondent. Daar hoort een groot empatisch vermogen bij. Nederland is een klein land dat traditioneel gezien economisch en politiek sterk afhankelijk is van het buitenland. Daar heeft de journalistiek een belangrijke rol te vervullen. Dus zal ook in de toekomst moeten worden geïnvesteerd in de correspondent. Hoofdredacteuren moeten deze beroepsgroep koesteren en bij tijd en wijle pamperen. Dat verdienen deze mensen.

De laatste ontwikkeling is dat de nationale, publiek gefinancierde nieuwsorganisatie NOS fors lijkt in te gaan grijpen in haar netwerk. Correspondenten krijgen te horen dat ze met ingang van volgend jaar of niet langer voor de organisatie werken of elders aan de slag moeten. Reden: correspondenten moeten niet te lang op één plek blijven zitten. Ze raken daarmee hun objectiviteit kwijt.

Maar of het nu de oplossing is om in een klap zo goed als het gehele correspondentennetwerk te laten rouleren is de vraag. Mensen hebben hun eigen netwerken opgebouwd. Ook hier geldt het adagium van mijn hoofdredacteur: als je ergens woont en dus actief deelneemt aan het sociale leven, dan hoor nog wel eens wat.

Het kind wordt met het badwater weggegooid als je mensen uit die netwerken weghaalt en in een ander land, vaak ook nog met een andere taal, plaatst.

De NOS verdedigt zich standaard door te wijzen op het feit dat zij als nieuwsorganisatie beschikken over een van de grootste correspondentennetwerken van het land. Wrang maar waar. Wrang omdat het ook veel zegt over hoe andere media inmiddels afhankelijk zijn van de buitenlandse stations en persbureaus. Maar om nu te zeggen dat je over een uitgebreid netwerk beschikt als je twee tot drie correspondenten hebt in het hele continent Afrika.

Waarom zijn de correspondenten nog niet massaal in opstand gekomen? Enerzijds omdat zij nogal ver weg zitten van waar de beslissingen genomen worden. Anderzijds speelt mee dat zij van een bijzonder slechte arbeidsrechtspositie hebben. Dat maakt dat zich een stil drama aan het afspelen is. Voor de goede orde: niet alleen bij de NOS, maar ook bij andere media. De nieuwsconsument is uiteindelijk het slachtoffer. Die krijgt voortaan meer en meer de bulkberichtgeving die wereldwijd wordt gemaakt. Eigenzinnige verhalen, eigen nieuws en vanuit het Nederlands perspectief belichte verhalen zullen schaars worden.